De sage van de Wichtelkirche

dwergkoning kerkje dwergkoning dwergkoning
De koning van de gnomen - de dwergkoning - die met zijn volk aan de voet van de Dörnberg leefde, zag op een dag een mooi meisje uit Zierenberg. Hij werd verliefd op haar en deed haar een huwelijksaanzoek. Na lang aarzelen stemde Gotelind toe en de kerkelijke inzegening zou plaatsvinden tijdens de Johannisnacht. In een feestelijke optocht betrad het paar het kleine kerkje dat de dwergkoning door zijn dwergenvolkje had laten bouwen. Maar ondanks alle pracht kwam alles rondom het meisje kil en zielloos voor. Toen zij haar jawoord moest geven, zei ze dan ook "nee". Op dat moment klonken oorverdovende donderslagen, bliksemflitsen schoten door de lucht en de lichten doofden. Op de plaats waar zojuist nog de zo feestelijk met schitterend kristal versierde kerk had gestaan, rees nu een starre, koude rots op in de gestalte van een kerk, de huidige Wichtelkirche.
De volle maan liet haar zilveren licht schijnen over het Heilerbach-dal en de nieuw opgerezen Wichtelkirche. Het meisje echter keerde - innerlijk bevrijd - terug naar haar eigen volk in het dal.